Naar boven ↑

Rechtspraak

Met annotatie door prof. mr. dr. F.W.J.M. Schols

Legaat van recht van gebruik en bewoning. Draagplicht van lasten en herstellingen. Uitleg testament.

Erflater heeft aan zijn ongehuwde partner het recht van gebruik en bewoning van zijn woonhuis en weiland gelegateerd. Nog voor de afgifte van het legaat is in geschil welke lasten en herstellingen voor rekening van de partner zijn (art. 3:220 BW, art. 3:226 BW). Volgens het testament moet de partner zowel de gewone lasten en herstellingen, als de buitengewone lasten en herstellingen dragen en (doen) verrichten.

Wat gewone lasten, herstellingen en buitengewone herstellingen zijn, moet mede aan de hand van het betreffende gebrek worden vastgesteld. Hier kan in beginsel worden aangesloten bij het huurrecht (HR 12 augustus 2005, ECLI:NL:HR: 2005:AT3486). (Buitengewone) herstellingen moeten in beginsel worden onderscheiden van vernieuwingen en verbeteringen. Van de partner kan niet verlangd worden de toestand van de woning te verbeteren boven het niveau daarvan ten tijde van erflaters overlijden. Voorts heeft de partner een zekere mate van beleidsvrijheid – net als een eigenaar – om eerst op termijn – pas bij een dringende noodzaak – tot onderhoud en herstel over te gaan.

Voor de vraag wat van de partner financieel kan worden verlangd, moet het testament worden uitgelegd (art. 4:46 lid 1 BW). Het legaat dient kennelijk ter verzorging van de partner. Het testament is nog geen drie jaar voor het overlijden van erflater gemaakt. Erflater zal zich daarbij bewust zijn geweest van de inkomenspositie van de partner na erflaters overlijden (een bijstands- of AOW-uitkering). Erflater zal niet hebben gewild dat de partner kosten moet maken die zij niet kan financieren. Wel mag van de partner worden verlangd dat zij een bedrag aanwendt dat in verhouding staat tot de wooncomponent in een bijstands­- of een AOW­-uitkering ter bestrijding van lasten en herstellingen. Voorzichtig geschat, alleen ter indicatie, zal van de partner verwacht mogen worden dat zij een bedrag van ongeveer 2.000 euro­ per jaar besteedt aan onderhoud en herstellingen (naast vaste lasten), aldus het hof.

Anders dan in het huurrecht is de eigenaar (hoofdgerechtigde) niet tot het doen van enige herstelling verplicht (art. 3:220 lid 1 laatste volzin BW).

Het hof vult, op grond van een deskundigenrapport en schouw, de verplichtingen van de partner concreet in ten aanzien van de woning en andere opstallen.

Dit eindarrest volgt op het tussenarrest van Hof Den Bosch van 26 mei 2015 (ECLI:NL:GHSHE:2015:1894).