Naar boven ↑

Rechtspraak

Met annotatie door prof. mr. dr. F.W.J.M. Schols

Halve woning behoort door tweetrap niet tot erflaters nalatenschap. Erflaters legaat van de woning vervalt voor deze helft.

Erflater legateert een woning aan zijn huishoudster. Voor de ene helft is erflater dan onvoorwaardelijk eigenaar. De andere helft van de woning heeft erflater verkregen als bezwaarde erfgenaam (tweetrapsmaking, art. 4:141 BW), dus onder ontbindende voorwaarde. De tweede helft behoort uiteindelijk niet tot de nalatenschap van erflater, door vervulling van de ontbindende voorwaarde.

De huishoudster stelt dat zij als legataris recht heeft op de gehele woning. Zij beroept zich op de uitzondering in artikel 4:49 lid 1 slot BW. De erfgenamen van erflater breroepen zich daarentegen op de hoofdregel van artikel 4:49 lid 1 BW, dat het legaat vervalt voor zover de woning niet tot erflaters nalatenschap behoort. De erfgenamen van erflater zijn tevens verwachters bij de tweetrapsmaking en kunnen dus over de gehele woning beschikken.

Volgens het hof is het een kwestie van uitleg (art. 4:46 BW), maar is het niet zo dat de uiterste wil geen duidelijke zin heeft (art. 4:46 lid 2 BW). Het testament van erflater biedt volgens het hof geen steun voor het door de huishoudster gestelde oogmerk van erflater om de gehele woning te legateren, ook als de helft daarvan niet tot zijn nalatenschap zou behoren. Die situatie heeft erflater niet voor ogen gestaan, althans dit is niet uit het testament zelf af te leiden (art. 4:49 lid 1 slot BW). Volgens het hof heeft de huishoudster slechts recht op de helft van de woning.